- Welkom - Bekende Mechelaars - Tijdslijn - Veel gesteld - Nieuws - Cultuur - Projectteam - Giften & Partners -Geschiedenis- Beelden - Agenda -

Geschiedenis

Het was van in het begin de bedoeling de toren te voorzien van 4 uurplaten. De oude Sint-Romboutstoren had er ook al, te zien op tekeningen en terug te vinden in de stadsrekeningen 1378-1386. De eerste plannen om 4 platen aan de nieuwe toren te hangen dateren van 1560 dezelfde tijd als de plaatsing van een uurwijzer binnen de kerk met 2 klokjes (Meester uurwerkmaker Peeter Engels)

In 1704 wou het magistraat het ontwerp dat sinds 1560 op tafel lag ten uitvoer brengen. De toren langs elke zijde met een uurplaat versieren. Er werd beroep gedaan op een werktuigkundige/uurwerkmaker die te Mechelen woonde, de Engelsman Jacob Willmore. Er werd een commissie benoemd om met deze meester in onderhandeling te gaan. Alles liet geruime tijd op zich wachten, pas op 20 september 1706 werd besloten de 4 uurplaten te laten maken.

Vooraleer het groot werk te beginnen verlangde het stedelijk bestuur het model dat Willmore al eerder maakte aan de toren te laten hangen om te kunnen oordelen. Nadat dit gebeurd was oordeelde men dat de uurplaat onvoldoende was en dat ze op een grotere schaal moest uitgevoerd worden. De uurplaten moesten meer bij de toren passen, er moest meer rekening gehouden worden met het gotische bouwwerk, de uurplaten moesten daar mee onderdeel van gaan uitmaken. De 4 cirkels zijn dan zo ontworpen om aan te sluiten op het bestaande bouwwerk. Het cijfer 9 en 3 zit netjes tussen de hoeksteunberen, de middellijn van de uurplaat, zeg maar het cijfer 12 en 6 volgt de middellijn van de toren. Het cijfer 12 zit geborgen onder het middelste uitsteeksel van de torentrans. Het cijfer 6 stopt net geen gebeeldhouwde steen weg. Verder is er geen enkel gebeeldhouwde steen, pinakel of dergelijke weggestopt. Willomre had de bootschap duidelijk begrepen. Waarschijnlijk zal het model waarvan sprake iets weg gehad hebben van de wijzerplaten van Antwerpen. Deze passen ook niet bij de toren en zijn te compact in verhouding met de Antwerpse toren.

In 1706 werd dus het besluit genomen om effectief tot de werken over te gaan, we hebben echter nog niet kunnen achterhalen hoe lang de werken precies geduurd hebben. We kunnen er van uit gaan dat omstreeks 1710 de uurplaten een feit waren. Dit grootse werk was in die tijd geen lachertje, de torengevels werden vanaf de eerste trans voorzien van houten stellingen, geen stellingen zo als wij vandaag kennen maar ronde houten balken met touwen bij elkaar gehouden. Er werden gaten in de torenmuren geboord, met handwerktuig. Deze gaten werden dan conisch gemaakt, daar ging een smeedijzeren oogijzer in dat aan de achterzijde ook conisch was. Dan werd het gat opgevuld met vloeibaar lood. Van zodra dit gestold was zat het oogijzer muurvast. Zo werden er 100den bevestigingspunten voorzien om alles aan de torenmuren vast te haken.

Vandaag zitten er nog enkelen van deze ophangpunten, er zijn er veel verdwenen tijdens de buitenrestauratie tussen 1966 en 1980. (zou toch niet meer kunnen dienen) Vandaag zal men dit doen met chemische verankering.

In de verdere loop van het jaar 1700 is er niet veel te vinden IVM de uurplaten, tot het jaar 1771. Alles zal in een vrij slechte staat geweest zijn, In de zitting van 9 december wordt nagedacht om grote middelen te voorzien voor herstel en her vergulden van de 4 uurplaten. De stadskas liet op dat moment echter niet toe zo’n grote gelden vrij te maken voor deze herstelling. Het voorstel dat gedaan werd, was van aan het gouvernement een smeekschrift in te dienen, om de interesten van een zekere afgekweten kapitalen te mogen gebruiken voor deze herstelling, onder voorwaarde dat alles zou klaar zijn tegen het duizendste jubeljaar van Sint-Rombout. Dit voorstel werd aangenomen. Eens de werken begonnen werd pas echt duidelijk in welke slechte toestand de platen verkeerde, de kosten zouden al snel hoger oplopen dan vooraf ingeschat. Om de kosten te drukken werd eerst voorgesteld om 3 uurplaten af te nemen en daarmee de 4de te herstellen. Men wou echter de platen langs de 4 zijden behouden dus dit voorstel werd verworpen. Het gouvernement zou nog bijspringen door de gelden te schrappen die voorzien waren voor het onderhoud van de uurwerken van de Onze Lieve Vrouwentoren en het landbooghuis. Men ging over tot het maken van nieuwe cijfers, half uur tekens en wijzers.

Op dinsdag 21 september 1773 om 9 uur `s morgens werden de oude cijfers en uurnaalden op de grote markt verkocht aan de meestbiedende. Er werd van alles 1 exemplaar bijgehouden om een model te hebben voor het maken van nieuwe. Zijn het deze die we vandaag nog steeds hebben? Het zou kunnen omdat er slechts 1 laag bladgoud opzit. De nieuwe cijfers zullen in de loop der jaren meermaals verguld worden. Om te beginnen alweer in het jaar 1823 en nogmaals in 1873.

Het is niet abnormaal dat er regelmatig verguld moest worden. Vandaag is het nog steeds zo dat men rekening moet houden met een groot onderhoud om de 30 jaar. Wijzerplaten hangen immers in de meest gure omstandigheden. Los van het onderhoud aan de buitenkant zien we regelmatig verbeteringen aan de binnenkant. Zo werd omstreeks 1873 een hele set tandwielen vernieuwd, er kwam een systeem met een hulpgewicht om het uurwerkmechanisme te ontlasten van negatieve weersinvloeden zoals storm. Sinds 1860 is er een verbetering aangebracht op het inwendige mechanisme door de gebroeders Michels uit Baal, vanaf dan liep het mechanisme even precies als de mechanische staande klokken en regulateurs. Dat systeem werkt vandaag nog steeds prima samen het mechanisme uit 1527.

Referenties

  1. F.R Steurs, De toren van de Sint-Romboutskerk te Mechelen

© Website VZW RomboutWordtWijzer, 2011-2014