- Welkom - Bekende Mechelaars - Tijdslijn - Veel gesteld - Nieuws -Cultuur- Projectteam - Giften & Partners - Geschiedenis - Beelden - Agenda -

Cultuur

Cursiefje - Jan Smets

Hij stond met opengesperde ogen te kijken – de neus tegen het stoffige treinvenster geplakt…

‘Sint-Roemmes!, daar, ginder, Moe!’ Met kinderlijk enthousiasme sloeg zijn stemmetje over. En toen keken ze allen in de richting van de statige monoliet die met zijn imposante aanwezigheid zijn contouren stempelde tegen de grijsblauwe lucht.

Vier jaar hadden ze hem moeten missen. Vier jaar lang hadden ze na de bange vlucht in ’14, naar het Franse Sables d’Olonne, zijn schaduw niet meer beschermend over hen weten leggen. Maar ze waren terug, en Sint-Rombout gaf met zijn evidente verschijnig de slotsom dat ze eindelijk terug ‘thuis’ waren…. Die kleine jongen was mijn grootvader. Hij heeft ‘zijn’ Mechelen sinds jaren geruild met de eeuwigheid. Maar Rombout staat er nog in zijn tijdloze gedaante. De Duitsers hadden met Gründlichkeit de klus geklaard. Met efficiëntie en cynische vakbekwaamheid die ik nu niet zo dadelijk zou willen betitelen als ‘Gemütlich’ bombardeerden ze onze Middeleeuwen en al wat daarop volgde, zonder voorafgaande raadpleging van Monumentenzorg, met de grond gelijk: de paleizen en herenhuizen, en al wat het geluk had om niet in de vuurlinie te liggen, bleef met rookpluimen en schade getuigen van wat-niet-had-mogen-gebeuren. Onze toren die de eeuwen had getrotseerd, had de Krieg overleefd, maar als resterend brocante en oud-ijzer, bengelde ons stukgeschoten uurwerk – het grootste van de wereld, wéét je wel? - in triestige staat in brokstukken aan z’n gotische flanken.

Tijdloos.

En zo ging dat. De kathedraaltoren was niet meer bij de tijd. De Maneblussers bouwden met hernieuwde moed deze stad weer op, en met herwonnen trots boetseerden ze het nieuwe-Mechelen met soms historiserende overdrijvingen weer op: de barokke en gotische gevels, met een franje, een torentje en een krulletje als estetisch surplusje. En het verleden dat er was, en de geschiedenis die er niet was, werd met enthousiasme, prentkaartgewijs, van op de grond weer opgebouwd. En de Mechelaar zag dat het goed was. En op de Zevende Dag keek hij er met tevredenheid naar, en ging hij rusten. Rombout stond daarboven – met zijn statige stoerheid als mijlpaal tussen de huizen en pleinen, en kerken en herstelde paleizen. Hij stond er als steeds, met een vanzelfsprekendheid als de wachter van een stad die te klein was voor zijn door Keldermans uitgetekende en uitgevoerde droom. Hij had deze stad betrouwvol gediend, en zag door zijn galmgaten als ogen, zwijgend neer, over dit samenraapsel van eeuwen. Hij had het allemaal mogen aanschouwen: de Bourgondische glorie – dit gonzend epicentrum van kunsten, humanisme, geleerdheid: de stad van de landvoogdes die net als hij zo bij de tijd was. Het was de stad van Margareta die op het snijpunt van oude en nieuwe tijden Mechelen op de wereldkaart zette… Maar onze toren zag ook met lede ogen naar het verval en het terugplooien in middelmatigheid… Hij zag ook de stad die kromp in belangrijkheid. Rombout keek neer op de stad die Rooms en vroom meer nonnen, paters, bisschoppen en begijnen had dan enig ander stedelijk samenraapsel van die grootte… Mechelen WAS de Hoofdstad van de Nederlanden, en hoe we op eigen-wijze manier, onze fierheid achter een mopperende façade terugdrongen tot de verborgen schuilplaatsen van onze diepste ziel: Hij zag het allemaal.

Tijdloos.

Tijdloos voortaan?

Maar Sint-Rombout wil wéér bij de tijd zijn. Hij voelt het in zijn ongeduldige kantelen kriebelen. Hij voelt het aan het groeiende chauvinisme van de Mechelaar, dat latent aanwezig, méér en méér de kop weer opsteekt. Rombout voelt het in zijn gotische lijf dat zindert. Hij wil wéér wijzer worden.

Nee – Onze toren wil géén burgerlijke schoorsteenmantelklok zijn, dat in evenwicht en fatsoen de minuten telt boven het ‘salon’ van Mechelen. Nee: Rombout wil géén staande klok zijn die de uren wegtikt, zomaar – Sint-Romboutstoren wil zijn historische monumentale uurwerk terug, dat als gigantisch staaltje van durf en vernuft de wereld wist te verbazen. DAT wil deze toren wéér. Rombout wil zijn ‘leeg’ gelaat weer gezicht en uitdrukking geven. Rombout wil wéér wijzer worden, om Mechelen bij de tijd te houden. Verleden en toekomst – minuten en uren in voortschrijdende mars. Het Mechels Uur moet weer evidentie worden…

© Website VZW RomboutWordtWijzer, 2011-2014